Wat is taal toch mooi...

Mijn 10 favoriete West-Vlaamse woordjes (die ik ook écht gebruik!)

Het West-Vlaams dialect is voor iedereen die niet uit West-Vlaanderen komt soms een mysterie. Het klinkt raar en een beetje boers, maar voor mij is het precies thuiskomen. Vandaag laat ik jullie kennismaken met een aantal woordjes die ik dagelijks in mijn vrienden- en familiekring gebruik en ik ben héél benieuwd als jullie er een paar kennen.

Ik kan me inbeelden dat als je deze post gaat lezen en toevallig Nederlander bent (en nog nooit iemand West-Vlaams of gewoon Vlaams hebt horen praten) de meeste woordjes wel heel raar zullen klinken. Sommigen kennen wel het woordje frigo (wat in Nederland koelkast is) of microgolf (wat in Nederland magnetron is), maar écht dialect zou ik dat nu niet noemen. Wel, vandaag geef ik jullie mijn lievelings West-Vlaamse woordjes. (Soms worden ze ook in een ander dialect binnen Vlaanderen gesproken, maar we houden het even op West-Vlaams.)

1. Een batje (= een koopje) 

Dit woord gebruik je als naar de solden (=koopjes) bent geweest of als je iets op de kop hebt kunnen tikken voor heel weinig geld. Zo noem ik bijvoorbeeld alle boeken die ik gekocht heb op YALC een batje, aangezien ik ze daar allemaal voor spotgoedkope prijzen heb kunnen kopen. 

2. Motteg (= ik voel me niet goed) 

Als je zegt dat je je motteg voelt, wil dat zeggen dat je je niet zo goed voelt, een beetje grumpy bent en het liefst in je bed wil kruipen. Aangezien ik dat als student heel vaak voel, gebruikt ik motteg dan ook héél erg veel. 

2. Een pimpampoentje (= een lieveheersbeestje) 

Dit woord is verreweg mijn meest favoriete. Als kind gebruikte ik alleen maar dat woord als ik een lieveheersbeestje tegenkwam én wist ik zelfs niet dat lieveheersbeestje en pimpanpoentje hetzelfde waren. Het is zo’n schattig woord én het ligt zo goed in de mond. Echt een pareltje in ons dialect. 

3. Rebedebie (= snel weg zijn) 

Rebedebie is geweldig om te zeggen. Je gebruikt het vaak als je snel weg moet of als er iets verdwenen is. Bijvoorbeeld: Als je hond is weggelopen, zeg je: ‘Hij is rebedebie.’ 

4. Een stuute (= een boterham) 

Vraag me niet hoe ze er ooit zijn opgekomen, maar het bestaat dus én wordt super veel gebruikt. Ik gebruik het nu wat minder en zeg gewoon brood, maar ik vind het wel een héél leuk woord om te zeggen. Wat eten we vanavond? Stutten… 

5. Een keppe (= een schatje of iemand/iets die je graag hebt) 

Ik zeg vaak tegen mijn kat dat ze een keppe is of mijn mama zegt tegen mij dat mijn broer en ik haar keppes zijn. Dit woord is een liefkozing, een lief woordje die je gebruikt om te zeggen dat je iemand graag hebt of om hen geeft. 

6. Een pieper (= een zoen) 

Er bestaat ook een werkwoord van, pieperen, maar tegenwoordig is dat in de jongerentaal vervangen door muilen. Muilen vind ik persoonlijk een verschrikkelijk woord. Het klinkt zo vies en dan denk ik meteen aan een hond die met je aan het lebberen (een woord voor kussen met veeeeeel speeksel) is. Een pieper daarentegen klinkt leuker en is een onomatopee (wat altijd wel eens tof is). Meestal gebruik je pieper niet in de romantische context, maar meer de vriendelijke context. Je gebruikt pieper bij een begroeting van familie of vrienden.

7. Kiekn (= kip/kijken) 

In het West-Vlaams is er niet iets zoals vaste spelling of zoiets, maar kiekn is soms de uitspraak van het werkwoord kijken of is ons woordje voor kip. Vaak gebruiken wij kiekn is het spreekwoord: Gie ziet een kiekn. Vertaald: je bent dom of achterlijk. 

8. Poepeloere (= geen precieze vertaling)

Poepeloere klinkt gewoon zo goed. Probeer het eens uit en je bent verkocht. Poepeloere gebruiken we vaak samen met dronken. Dan zeggen we iets in de trant van: Kzien poepeloere dronken. Vertaling: Ik ben héél erg dronken. 

9. Goeste (= zin hebben in iets) 

Ik heb goeste/goesting. Dat gebruiken we super veel. Je gebruikt het om te zeggen dat je zin hebt in iets om te eten/te doen/etc. 

10. Kzie je geirn (= ik zie je graag/ ik hou van je) 

Dit is een super leuke zin om te zeggen en het is het West-Vlaams voor de meeste gesproken zin ooit. Je weet vast wel wanneer je het moet gebruiken. 

Tot daar de kleine introductie van het West-Vlaams! Wat vonden jullie ervan en ik ben benieuwd: wat is jullie favoriete woord van de lijst? 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7 thoughts on “Mijn 10 favoriete West-Vlaamse woordjes (die ik ook écht gebruik!)

  1. Wat een tof lijstje. Een pimpampoentje had ik nog niet gehoord maar bij mijn grootouders zeiden ze ‘pepel’ tegen een vlinder. Heel tof voor mijn ouders want die probeerden me al een tijdje vlinder te leren zeggen en zodra mijn grootva 1x pepel zei bleef ik dat herhalen. Ribbedebie zeggen we hier in het Antwerpse ook maar dan dus eerder met een I vooraan. Ook motteg, goesting en kiekn worden hier frequent gebruikt. Ik blijf het trouwens wel fascinerend vinden dat je zo dicht bij elkaar kan wonen en toch woorden en uitdrukkingen gebruikt die iemand die pak weg 30km verder woont niet herkent.

    1. Ja! Dat vind ik ook. Maar ik vind het iets héél fascinerend. Ik hou me er wel graag mee bezig en leer graag dingen daarover bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.